KOREAANSE THEORIE

Koreaanse theorie is een verplicht onderdeel vanaf je groene band. Als je wilt weten welke theorie voor je van toepassing is kies dan de kleur band waarvoor je examen gaat doen. Hier staat precies de exameneisen die je moet weten.

6e Geup - groene band

Algemene Koreaanse termen

1 tae voet, trap, schop
2 kwon vuist, stoot
3 do manier, methode
4 dobok taekwondopak
5 ti band
6 geup aanduiding van graad (letterlijk: jongen)
7 dan aanduiding van graad (letterlijk: man)
8 dojang trainingsruimte
9 kiap schreeuw
10 seogi standen
11 chagi traptechnieken
12 jireugi stoottechnieken
13 chireugi steektechnieken
14 chigi slagtechnieken
15 makki verdedigingen

Commando’s

charyeot= in de houding staan
gyeong-rye= groeten
junbi= klaar staan
shi-jak= start
tiro-tora= draaien, keren
gye-sog= doorgaan na onderbreking tijdens sparren
gallyeo= stop
geuman= stop
baro= stop

Examenonderdelen

1 saju stijloefening vierhoeksvorm
2 taegeuk stijloefening
3 poomsae stijloefening
4 ilbo taeryon eenstapsparring
5 ibo taeryon tweestapsparring
6 sambo taeryon driestapsparring
7 hoshinsul zelfverdediging
8 gyek pa breektest
9 gyo-rugi vrij sparren
10 ban-chayu taeryon semi-vrij sparren op stootkussen
11 chokki taeryon non-contact sparring met alleen voet- beentechnieken /Telwoorden

Koreaans /Chinees /Telwoorden

1 hana il
2 tul i
3 set sam
4 net sa
5 tasot oh
6 yosot yuk
7 ilgop chil
8 yodol pal
9 ahop ku
10 yul ship
(Rangtelwoorden worden in het Chinees aangegeven met behulp van de toevoeging “jang” achter het telwoord. Voorbeeld:taegeuk oh jang vijfde taegeuk)

Wedstrijdtermen en -commando’s

1 hoogoo borstpantser
2 chong blauw
3 hong rood
4 seung winnaar
5 gyeong-go hana officiële waarschuwing, half strafpunt
6 kam-jom hana officiële waarschuwing, heel strafpunt
7 jui hana officieuze waarschuwing, geen strafpunt
8 he jeon gevechtsronde
9 il he jeon eerste gevechtsronde
10 i he jeon tweede gevechtsronde
11 sam he jeon derde gevechtsronde
12 charyeot in de houding staan
13 gyeong-rye groeten
14 junbi klaar staan
15 shi-jak start
16 gallyeo stop
17 gye-sog doorgaan na onderbreking
18 geuman stop

Richtingen

1 oen links
2 oreun rechts
3 ap voorwaarts
4 dwit achterwaarts
5 yeop zijwaarts
6 naeryo neerwaarts
7 ollyeo opwaarts
8 an binnenwaarts, ten opzichte van jezelf
9 bakat buitenwaarts, ten opzichte van jezelf
10 seweo verticaal
11 eopeun horizontaal, handpalm naar beneden
12 jeochyo omgekeerd, handpalm naar boven
13 dangyo omgekeerd opwaarts
14 bandae tegengesteld gericht, ten opzichte van het achterste been
15 baro gelijkgericht, ten opzichte van het achterste been
16 nooleo drukkend, duwend
17 dollyeo cirkelend, draaiend
18 momdollyeo met draaiing via de rug om de lichaamsas
19 twieo vliegend, gesprongen

Lichaamsdelen

1 mom lichaam
2 eolgeol gedeelte van het lichaam boven de sleutelbeenderen (hals, nek, hoofd)
3 mori hoofd
4 teok kaak, kin
5 mok hals, nek
6 momtong gedeelte van het lichaam vanaf de sleutelbeenderen tot aan de navel
7 deung rug
8 myeonge borst, plexus solaris
9 pal arm
10 palkoop elleboog
11 palmok onderarm
12 an palmok binnenkant onderarm, duimzijde
13 bakat palmok buitenkant onderarm, pinkzijde
14 joomeok vuist
15 ap-joomeok voorkant van de vuist
16 me-joomeok hamervuist, zijkant van de vuist (pinkzijde)Lichaamsdelen
17 deung-joomeok bovenkant van de vuist, rugzijde
18 pyon-joomeok knokkelvuist, slechts twee van de drie vingerkootjes zijn opgerold
19 bam-joomeok knokkelvuist, dit is een normale vuist waarbij de middel- of wijsvinger iets naar voren wordt geschoven

Lichaamsdelen

20 batangson achterhandpalm
21 son hand
22 pyon-son open hand
23 sonmok pols
24 sonnal meshand, pinkzijde
25 sonnal-deung meshand, duimzijde
26 sondeung handrug
27 ageum-son tijgerbek of booghand
28 kaljaebi tijgerbek of booghand
29 sonkeut vingers
30 pyonsonkeut speerhand, steek met de vingers
31 gawisonkeut speerhand gevormd door alleen wijs- en middelvinger (gawi = schaar)
32 arae gedeelte van het lichaam onder de navel
33 dari been
34 mooreup knie
35 bal voet
36 balmok enkel
37 balnal mesvoet, kleine teenzijde
38 balnal-deung mesvoet, grote teenzijde
39 baldeung wreef
40 apchook bal van de voet
41 dwichook onderkant van de voet
42 dwikumchi achterzijde van de hiel (achillespees)
43 balkeut tenen
44 baldabak voetzool
45 koobi gewricht

4e Geup - blauwe band

Dezelfde theorie van groene band en groen blauwe band + onderstaande theorie

Technieken – Inleiding

Bij het benoemen van een bepaalde technieken hanteert met in het Koreaans min of meer een vaste volgorde van duidingen. Allereerst wordt aangegeven in welke stand de techniek dient te worden uitgevoerd, voorafgegaan door de bepaling van rechts- of linksgericht. Vervolgens wordt de hand- of voettechniek omschreven. Dit gebeurt aan de hand van het onderstaande schema.

1 rechter- of linkerhand c.q. rechter- of linkervoet

2 het lichaamsdeel waarmee wordt aangevallen c.q. verdedigd

3 het lichaamsdeel dat wordt aangevallen c.q. verdedigd

4 de richting van de aanval c.q. verdediging

5 de vorm van de aanval c.q. verdediging (stoot, slag, trap)

Voorbeeld:
Een binnenwaartse slag met de rechtermeshand naar de hals vanuit een lange stand met het rechterbeen voor,
ziet er in het Koreaans als volgt uit:
oreun ap koobi seogi oreun han sonnal mok an chigi
Dit kan opgesplitst worden met behulp van het bovenstaande schema tot:
oreun ap koobi seogi oreun han sonnal mok an chigi
Het telwoord “han” geeft aan dat slechts één hand een meshand is, de andere hand bevindt zich als vuist op de heup. Het is niet altijd nodig om elke techniek volgens de punten 1 tot en met 5 te benoemen. Er wordt dan volstaan met een verkorte benaming.
Voorbeeld:
De eerste techniek van de eerste taegeuk is een lage afweer met de vuist. Volgens de bovenstaande methode zou
deze afweer in het Koreaans er als volgt uitzien: bakat palmok arae bakat makki. Dit wordt echter vaak afgekort tot arae makki.
Een bepaalde stand wordt rechts- of linksgericht genoemd afhankelijk van wat als het belangrijkste been wordt beschouwd voor die stand. Het voorste been wordt bij ap koobi seogi, ap seogi, mo-joochoom seogi als het belangrijkste been gezien. Het achterste been wordt bij dwit koobi seogi, beom seogi, pyonhi seogi als belangrijkste been gezien. Het standbeen wordt bij haktari seogi en koa seogi als belangrijkste been gezien.
Voorbeeld:
Staat men in ap koobi seogi, ap seogi en dwit koobi seogi met het rechterbeen voor, dan is het oreun ap koobi seogi, oreun ap seogi en oen dwit koobi seogi.

Standen

1 seogi standen
2 moa seogi gesloten stand
3 naranhi seogi parallelstand
4 pyonhi seogi open stand, dit is een natuurlijke stand waarbij de voeten als in naranhi seogi naast elkaar staan, maar nu met de voeten 45 graden naar buiten zijn gedraaid
5 joochoom seogi paardrijderstand
6 ap-joochoom seogi paardrijderstand met beide voeten 45 graden naar links of rechts gedraaid
7 mo-joochoom seogi paardrijderstand waarbij een voet ten opzichte van de andere 1 voetlengte naar voren is geplaatst, ook wel diagonale paardrijderstand genoemd
8 ap seogi loopstand
9 ap koobi seogi lange stand
10 dwit koobi seogi korte stand, L-vorm
11 beom seogi tijgerstand
12 koa seogi kruisstand
13 ap koa seogi kruisstand, kruising voor het standbeen
14 dwit koa seogi kruisstand, kruisstand achter het standbeen
15 haktari seogi kraanvogelstand
16 mikeurembal snelle houdingsverandering door verplaatsing van beide voeten
17 modeumbal tamelijk langzame verandering van houding, beide voeten worden naast elkaar geplaatst (moa seogi)

Stoottechnieken

Onder jireugi worden de stoottechnieken verstaan, waarbij met de vuist vanaf de heup rechtstreeks naar een doel wordt gestoten. Deze technieken kunnen uitgevoerd worden met ap-joomeok, deung-joomeok, pyonjoomeok en bam-joomeok. Wat betreft de richting van de stoot kan onderscheid gemaakt worden tussen:

1 bandae jireugi voorwaartse tegengestelde stoot ten opzichte van het achterste been (b.v. linkerbeen voor, stoot met linkervuist)
2 baro jireugi voorwaartse gelijkgerichte stoot ten opzichte van het achterste been (b.v. linkerbeen voor, stoot met rechtervuist)
3 dollyeo jireugi rondwaartse stoot in de eindpositie is de arm 90 graden gebogen
4 yeop jireugi zijwaartse stoot
5 dwit jireugi achterwaartse stoot over de schouder
6 naeryo jireugi neerwaartse stoot
7 dangyo jireugi opwaartse stoot met jeochyo joomeok
8 seweo jireugi verticale vuiststoot, duim van de vuist zit boven
9 jechyo jireugi opwaartse stoot, omgekeerde vuist met handrug beneden

Voorbeelden:
1 momtong bandae jireugi: voorwaarts tegengestelde stoot met eopeun ap-joomeok naar plexus solaris
2 eolgeol bandae jireugi: voorwaarts tegengestelde stoot met eopeun ap-joomeok naar het hoofd
3 dangyo teok jireugi: opstoot met omgekeerde vuist naar de kin
4 pyojeok jireugi: stoot tegen de eigen hand dat als doel fungeert
5 doo joomeok jechyo jireug: twee gelijktijdige vuiststoten met jechyo joomeok, ofwel dubbele opstoot

3e Geup - rode slip

Dezelfde theorie van groene band, groen- blauwe band en blauwe band + onderstaande theorie

Steektechnieken

Onder chireugi worden steektechnieken verstaan waarbij wordt aangevallen met de vingers. Deze technieken kunnen worden uitgevoerd met pyonsonkeut en gawisonkeut. Er wordt net als bij de stoottechnieken een onderscheid gemaakt in de houding van de hand:
1 seweo chireugi verticale steek, meestal gericht naar de plexus solaris
2 jechyo chireugi omgekeerde steek, handpalm naar boven en meestal gericht op het onderlichaam
3 eopeun chireugi horizontale steek, handpalm naar beneden en meestal gericht op de luchtwegen

Voorbeelden:
1 pyonsonkeut seweo chireugi: steek met verticale speerhand
2 pyonsonkeut jechyo chireugi: steek met omgekeerde speerhand
3 pyonsonkeut eopeun chireugi: steek met horizontale speerhand, meestal gericht op de luchtwegen
4 gawisonkeut chireugi steek met twee gespreide vingers richting de ogen

Slagtechnieken

Onder chigi worden de aanvalstechnieken bedoeld, waarbij moet worden uitgehaald om te slaan. Deze technieken kunnen worden uitgevoerd met sonnal, sonnal-deung, sondeung, me-joomeok, deung-joomeok, batangson, palkoop en mooreup. Wat betreft de richting wordt onderscheid gemaakt in:
1 ap chigi voorwaartse slag
2 an chigi binnenwaartse slag
3 bakat chigi buitenwaartse slag
4 naeryo chigi neerwaartse slag
5 ollyeo chigi opwaartse slag
6 yeop chigi zijwaartse slag
7 dwit chigi achterwaartse slag

Voorbeelden:
1 han sonnal mok an chigi: slag met enkele meshand naar de nek, naar binnen gericht
2 han sonnal bakat chigi: slag met enkele meshand naar de nek, naar buiten gericht
3 me joomeok bakat chigi: buitenwaartse slag met hamervuist
4 deung joomeok ap chigi: slag met de achterkant van de vuist op het hoofd gericht
5 jibi poom mok chigi: dubbele techniek: sonnal mok an chigi (buitenwaartse slag naar de nek) en sonnal eolgeol makki (hoge afweer met de meskant van de hand)
6 me joomeok eolgeol naeryo chigi: neerwaartse slag met onderkant van de vuist naar het hoofd

Een apart hoofdstuk vormen de technieken die uitgedeeld worden met de elleboog en de knie.

Voorbeelden:
1 palkoop yeop chigi zijwaartse elleboogstoot
2 palkoop dwit chigi achterwaartse elleboogstoot
3 palkoop pyojeok chigi voorwaartse elleboogstoot waarbij de tegenstander wordt vastgepakt
4 mooreup chigi kniestoot, waarbij de tegenstander wordt vastgepakt
5 mooreup chagi kniestoot, zonder de tegenstander vast te grijpen
Wordt bij het toebrengen van een slag of andere techniek de tegenstander vastgepakt, dan komt bij de aanduiding van die techniek de toevoeging pyojeok (doel). De uitzondering hierop vorm mooreup chigi.

Verdedigingen

Verdedigingen zijn er op gericht de aanval van richting te veranderen, enkele verdedigingen hebben als doel de aanval te stoppen of de snelheid te doen verminderen zodat deze geen uitwerking meer heeft. Verdedigingen uitgevoerd met arm- en handtechnieken worden makki genoemd. Hand- en armverdedigingen kunnen onder meer uitgevoerd worden met an palmok, bakat palmok, sonnal, sonnal-deung, batangson. Ten aanzien van de richting kan er onderscheid gemaakt worden in:
1 an makki binnenwaartse verdediging
2 bakat makki buitenwaartse verdediging
3 yeop makki zijwaartse verdediging, deze kan worden uitgevoerd als an makki of bakat makki

2e Geup - rode band

Dezelfde theorie van groene band, groen- blauwe band, blauwe band en blauw-rode band + onderstaande theorie

 

Verdedigingen

De onderstaande voorbeelden zijn de formele Koreaanse benamingen. In de praktijk worden de desbetreffende verdedigingen vaak afgekort weergegeven. De onderstreepte woorden geven deze afkortingen aan.
1 bakat palmok arae bakat makki: buitenwaartse verdediging van het onderlichaam met de buitenkant van de onderarm (pinkzijde)
2 sonnal momtong yeop bakat makki: buitenwaartse verdediging van het middenlichaam met de meshand
3 sonnal arae yeop bakat makki: zijwaartse buitenwaartse verdediging van het onderlichaam met de buitenkant van de onderarm
4 bakat palmok momtong an makki: binnenwaartse verdediging van het middenlichaam met de buitenkant van de onderarm
5 bakat palmok eolgeol makki: verdediging van het hoofd met de buitenkant van de onderarm
6 geodeuro bakat palmok arae yeop bakat makki: ondersteunde zijwaartse buitenwaartse verdediging van het onderlichaam met de buitenkant van de onderarm
7 geodeuro an palmok momtong yeop bakat makki: ondersteunde buitenwaartse verdediging van het middenlichaam met de binnenkant van de onderarm
8 geodeuro an palmok momtong bakat makki: ondersteunde buitenwaartse verdediging van het middenlichaam met de binnenkant van de onderarm
9 han sonnal momtong yeop an makki: zijwaartse binnenwaartse verdediging van het middenlichaam met een enkele meshand
10 han sonnal momtong yeop bakat makki: zijwaartse buitenwaartse verdediging van het middenlichaam met een enkele meshand

Wordt een verdediging uitgevoerd met de handpalm, dan is er meestal sprake van een drukafweer. Deze kan naar benden, schuin naar beneden of zijwaarts (van buiten naar binnen) gericht zijn.

Voorbeelden:
1 batangson momtong an makki: drukafweer van buiten naar binnen
2 batangson momtong nooleo makki: drukafweer naar beneden met de handpalm tot heuphoogte

Naast bovengenoemde verdedigingen zijn er nog hand- en armverdedigingen die bestaan uit een dubbele afweer. Zij hebben meestal aparte namen zoals:
1 keumgang momtong makki: dubbele verdediging bestaande uit een eolgeol makki en een an palmok yeop bakat makki
2 keumgang arae makki: dubbele verdediging bestaande uit een eolgeol makki en een arae makki
3 gawi makki: schaarblok bestaande uit een an palmok momtong bakat makki en een arae makki
4 momtong hechyo makki wigblok: of dubbele verdediging van het middenlichaam met pinkzijde van de vuisten
5 an palmok momtong hechyo makki: dubbele verdediging van het middenlichaam met de duimzijde van de vuisten
6 arae hechyo makki: dubbele verdediging van het onderlichaam met de pinkzijde van de vuisten
7 sonnal arae hechyo makki: dubbele verdediging van het onderlichaam met de meskant van de handen
8 eolgeol eotgereo makki: kruisblok met de vuisten als verdediging tegen slag van boven naar het hoofd
9 arae eotgereo makki: kruisblok met de vuisten als verdediging van het onderlichaam tegen een trap
10 santeul makki bergblok: dubbele verdediging, gelijktijdig links en rechts an palmok yeop bakat makki op hoofdhoogte
11 oesanteul makki: een variant van santeul makki, namelijk an palmok yeop bakat makki (eolgeol) en arae yeop makki
12 milgi: een verdediging waarbij de aanval wordt gestopt en weggeduwd met beide handpalmen
13 tong milgi: verdediging tegen een aanval naar de luchtwegen

Traptechnieken

Onder chagi worden alle aanvallen met de voet verstaan. Deze aanvallen kunnen worden uitgevoerd met: ap chook, dwichook, dwikumchi, balnal, baldeung, baldabak. Er wordt onderscheid gemaakt in de richtingen waarin de traptechniek wordt gemaakt:
1 ap chagi voorwaartse trap
ap chook ap chagi voorwaartse trap met de bal van de voet
dwichook ap chagi voorwaartse trap met de onderkant van de hiel
baldeung ap chagi voorwaartse trap met de wreef op het onderlichaam

2 dollyeo chagi rondwaartse trap
apchook dollyeo chagi rondwaartse trap met de bal van de voet
baldeung dollyeo chagi rondwaartse trap met de wreef
bandal chagi deze trap is een mengeling van ap chagi en dollyeo chagi, meestal in een hoek van 45 graden

3 yeop chagi zijwaartse trap
balnal yeop chagi zijwaartse trap met de meskant van de voet
dwichook yeop chagi zijwaartse trap met de hak

4 naeryo chagi neerwaartse trap
dwikumchi naeryo chagi neerwaartse trap met de hak
baldabak naeryo chagi neerwaartse trap met de voetzool
an naeryo chagi neerwaartse trap van buiten naar binnen
bakat naeryo chagi neerwaartse trap van binnen naar buiten

5 dwit chagi achterwaartse trap
dwichook dwit chagi achterwaartse trap met de hak
balnal dwit chagi achterwaartse trap met de meskant van de voet

6 bandae dollyeo chagi tegengestelde rondwaartse trap, van binnen naar buiten
balbadak bandae dollyeo chagi tegengestelde rondwaartse trap met de voetzool
dwikumchi bandae dollyeo chagi tegengestelde rondwaartse trap met de hak
7 hooryeo chagi zweeptrap, deze trap wordt hetzelfde uitgevoerd als de bandae dollyeo chagi, maar het trapbeen scharniert op het einde op het kniegewricht

8 mireo chagi duwtrap, deze trap wordt uitgevoerd op het middenlichaam

9 bitureo chagi tegengesteld halfrondwaartse trap
apchook bitureo chagi trap met de bal van de voet
baldeung biteuro chagi trap met de wreef
balnal bitureo chagi trap met de meskant van de voet

10 pyojeok chagi doeltrap, de voet gaat meteen vanaf de grond naar het doel waarbij het been licht gebogen blijft, deze trap wordt uitgevoerd met balbadak of voetzool

11 momdollyeo chagi trappen na draaien om lichaamsas
momdollyeo dollyeo chagi draai rondwaartse trap
momdollyeo dollyeo yeop chagi draai zijwaartse trap
momdollyeo bandae dollyeo chagi draai tegengesteld rondwaartse trap

Let op het verschil tussen bandae dollyeo chagi en momdollyeo bandae dollyeo chagi. In het dagelijks spraakgebruik wordt bandae dollyeo chagi ook aangeduid met hooryeo chagi. De momdollyeo bandae dollyeo chagi wordt ook wel aangeduid met bandae dollyeo chagi (oftewel “panda dollyeo”), hetgeen in feite dus een heel andere trap is. De juiste benaming voor de “panda dollyeo chagi” is dus momdollyeo bandae dollyeo chagi.

Gesprongen traptechnieken

1 twieo ap chagi gesprongen voorwaartse trap
2 twieo yeop chagi gesprongen zijwaartse trap
3 twieo dollyeo chagi gesprongen rondwaartse trap
4 twieo momdollyeo bandae dollyeo chagi gesprongen tegengesteld rondwaartse trap
5 doobal dangseong chagi in één sprong worden achter elkaar 2 trappen uitgevoerd met beide voeten zonder dat deze tussentijds de grond raken b.v. met de linkervoet twieo ap chagi en met de rechtervoet twieo dollyeo chagi

1ste Geup - zwarte slip

Dezelfde theorie van groene band, groen- blauwe band, blauwe band, blauw-rode band en rode band + onderstaande theorie

Voetverdedigingen

1 apcha ollyeo makki: voorwaartse zwaai met gestrekt been, de verdediging wordt uitgevoerd met apchook (bal van de voet)
2 yeopcha ollyeo makki: zijwaartse zwaai met gestrekt been, de verdediging wordt uitgevoerd met balnal (meskant van de voet)
3 cha mumchugi: hieronder worden alle trappen verstaan die tot doel hebben een aanval af te stoppen zonder dat daarmee de tegenstander wordt uitgeschakeld
– apcha mumchugi stoppen met ap chagi
– yeopcha mumchugi stoppen met yeop chagi
– mooreup chagi verdediging met de knie of het bovenbeen door de knie op te heffen

Bevrijdingen

Onder paegi wordt verstaan het zich bevrijden uit een greep van de tegenstander. De paegi zijn een wezenlijk onderdeel van de zelfverdediging (hosinsul). De mogelijkheden zijn:
1 miteuro paegi bevrijding van de onderarm uit een handgreep door een snelle draaiing van de onderarm
2 wiro paegi bevrijding van de onderarm uit een handgreep door een snelle rukachtige beweging van de onderarm naar boven
3 sonmok paegi bevrijding van de pols uit een handgreep door een snelle rukachtige beweging van de betreffende pols naar de schouder
4 meongye paegi bevrijding uit een omarming van achteren door beide armen gebogen op schouderhoogte te brengen

Diversen

1 gawison kaljaebi wurggreep met tijgerhand naar de luchtwegen
2 moreup keokki handverdediging tegen een ap chagi, waarbij het aanvallende been als het ware met de hand wordt opgeschept, terwijl gelijktijdig met de andere hand druk wordt uitgeoefend op het kniegewricht om dit eventueel te breken
3 gyopson gekruiste open handen ter hoogte van het kruis, meestal uitgevoerd in een moa seogi